Wat betekent draagkracht?
Draagkrachttabel 2026 tot de AOW-leeftijd
De draagkrachttabel laat zien welke ruimte een ouder per maand heeft om bij te dragen, afhankelijk van het netto besteedbaar inkomen. De tabel kent drie gebieden. Tot en met € 1.950 geldt een minimumdraagkracht van € 25 bij 1 kind en € 50 bij 2 of meer kinderen. Daarboven geeft de tabel per inkomensschijf een vast bedrag, tot € 2.200. Vanaf dat inkomen geldt de formule die verderop op deze pagina staat.
| NBI per maand | Percentage | Woonbudget | Noodzakelijke lasten | Draagkrachtloos | Draagkracht |
|---|---|---|---|---|---|
| tot en met € 1.950 | € 25 / € 50 | ||||
| € 1.950 – € 2.000 | 100% | € 585 | € 1.315 | € 1.900 | € 50 |
| € 2.000 – € 2.050 | 90% | € 600 | € 1.315 | € 1.915 | € 77 |
| € 2.050 – € 2.100 | 80% | € 615 | € 1.315 | € 1.930 | € 96 |
| € 2.100 – € 2.150 | 70% | € 630 | € 1.315 | € 1.945 | € 109 |
| € 2.150 – € 2.200 | 70% | € 645 | € 1.340 | € 1.985 | € 116 |
| € 2.200 en hoger | 70% | € 660 | € 1.365 | € 2.025 | vanaf € 123 |
Draagkrachtloos is de som van het woonbudget en de noodzakelijke lasten. Het bedrag in de laatste kolom is de resulterende draagkracht. De kolom met het percentage hoort bij de rekenregel voor situaties met extra noodzakelijke lasten: dan wordt de draagkrachtruimte met dat percentage vermenigvuldigd in plaats van het vaste tabelbedrag te gebruiken. Beide ouders worden afzonderlijk doorgerekend, waarna de twee uitkomsten tegen elkaar worden afgezet.
Let op de ondergrens. De officiele tabel laat de eerste vaste regel bij € 1.950 beginnen, terwijl de calculator een inkomen van precies dat bedrag nog als minimumdraagkracht behandelt. Alleen dat exacte bedrag raakt het verschil; daarboven lopen de tabel en de berekening gelijk.
Draagkrachttabel 2026 vanaf de AOW-leeftijd
Voor ouders die de AOW-leeftijd al hebben bereikt, kent het rapport een eigen tabel met andere woonbudgetten en een andere ondergrens. De opbouw is identiek: vaste bedragen onderaan, daarboven een vast percentage.
| NBI per maand | Percentage | Woonbudget | Noodzakelijke lasten | Draagkrachtloos | Draagkracht |
|---|---|---|---|---|---|
| tot en met € 2.180 | € 25 / € 50 | ||||
| € 2.180 – € 2.230 | 100% | € 654 | € 1.475 | € 2.129 | € 51 |
| € 2.230 – € 2.280 | 90% | € 669 | € 1.475 | € 2.144 | € 77 |
| € 2.280 – € 2.330 | 80% | € 684 | € 1.475 | € 2.159 | € 97 |
| € 2.330 – € 2.380 | 70% | € 699 | € 1.475 | € 2.174 | € 109 |
| € 2.380 – € 2.430 | 70% | € 714 | € 1.500 | € 2.214 | € 116 |
| € 2.430 en hoger | 70% | € 729 | € 1.525 | € 2.254 | vanaf € 123 |
Gebruik altijd de variant die bij de situatie hoort. De bedragen wijken af van de tabel tot de AOW-leeftijd, en een verkeerde keuze verschuift de uitkomst zonder dat dit aan de invoer te zien is.
Hoe u de draagkrachttabel gebruikt
Reken eerst het netto besteedbaar inkomen per maand uit, inclusief de bestanddelen die daarin meetellen. Zoek dat inkomen op in de eerste kolom en lees de bijbehorende draagkracht af. Herhaal dat voor de andere ouder. De verhouding tussen beide uitkomsten bepaalt welk deel van de kosten van de kinderen elke ouder draagt.
Tot en met een inkomen van € 1.950 geeft de tabel geen vast bedrag maar geldt een ondergrens: € 25 per maand bij 1 kind en € 50 per maand bij 2 of meer kinderen. Daarboven gelden de vaste tabelbedragen, tot het omslagpunt waarop de formule van toepassing wordt.
Let op de uitzonderingen. Bij extra lasten die de normen erkennen kan van de tabel worden afgeweken, en bij bijzondere omstandigheden kan een andere benadering worden gevolgd. De tabel is daarmee het uitgangspunt van de berekening, niet de uitkomst van een individueel geval.
De formule boven het omslagpunt
Vanaf € 2.200 netto besteedbaar inkomen per maand geeft de tabel geen vast bedrag meer, maar geldt een vast percentage. De laatste tabelregel wordt daarom open gelaten en de draagkracht volgt uit een formule:
draagkracht = 70% van [NBI − (0,3 × NBI + 1.365)]
In de formule staat NBI voor het netto besteedbaar inkomen per maand. Het vaste bedrag tussen haakjes wordt als draagkrachtloos aangemerkt; over wat daarboven overblijft, wordt het percentage uit de laatste tabelregel toegepast. Vanaf de AOW-leeftijd geldt dezelfde formule met andere bedragen:
draagkracht = 70% van [NBI − (0,3 × NBI + 1.525)]
Omdat de formule het volledige bedrag bepaalt, kan een betrekkelijk kleine inkomensverandering de draagkracht zichtbaar verschuiven. Reken bij twijfel beide scenario's door voordat u een bedrag vastlegt.
Bron en versie van de draagkrachttabel
De bedragen op deze pagina komen uit Draagkrachttabel kinderalimentatie, januari 2026. De officiele publicatie staat bij de draagkrachttabel 2026 op Rechtspraak.nl en in het Rapport Alimentatienormen.
Deze site is geen overheidsinstantie en geeft geen juridisch advies. De calculator gebruikt dezelfde bedragen als de tabellen hierboven, zodat een berekening en deze pagina niet uit elkaar kunnen lopen. Worden de normen voor een nieuw jaar herzien, dan worden zowel de calculator als deze tabellen bijgewerkt.
Wilt u ook de kostenkant zien waarop de behoefte wordt gebaseerd, gebruik dan de behoeftetabel 2026 met de bedragen per gezinsinkomen en aantal kinderen.